Wie weinig weet van een onderwerp heeft geen keuzeprobleem. Wie er vijftien jaar in zit wel. Je zou over acht dingen een cursus kunnen maken en over elk daarvan kun je uitleggen waarom het onmisbaar is. Dus maak je er geen.
Dit is de etappe waar de meeste mensen op stranden zonder het te merken. Ze denken dat ze vastzitten op techniek of op tijd, maar in werkelijkheid is hun onderwerp nog zo groot dat elke volgende stap onmogelijk is. Je kunt geen lesplan maken voor iets wat nog niet is afgebakend.
De vraag die de knoop doorhakt
Vervang "waar gaat mijn cursus over" door: wat kan iemand na afloop wat hij nu niet kan?
Dat lijkt hetzelfde. Dat is het niet. Bij het eerste denk je aan onderwerpen, bij het tweede aan een resultaat. Onderwerpen kun je eindeloos stapelen. Resultaten niet, want een cursist kan maar één ding tegelijk leren doen.
Maak deze zin af, hardop: na deze cursus kan iemand ... wat hij nu niet kan. Zonder komma en zonder het woord "en". Lukt dat niet, dan zitten er twee cursussen in één en heb je je antwoord.
De toets van de losse eindjes
Neem alles wat je in je cursus wilt stoppen en houd het naast die ene zin. Alles wat niet direct bijdraagt aan dat resultaat gaat eruit. Niet omdat het onbelangrijk is, maar omdat het niet in deze cursus hoort.
Dat doet pijn, want het is vaak precies het interessante deel. De achtergrond, de uitzonderingen, de theorie waar jij zelf jaren mee bezig bent geweest. Voor jou is dat de kern van het vak. Voor iemand die vandaag begint is het ruis.
Bewaar het. Het is materiaal voor een vervolgcursus of voor een artikel. Het is niet weg, het staat alleen niet in de weg.
Van breed naar smal in drie stappen
Stap één: schrijf op wat je allemaal zou kunnen behandelen. Ongeremd, twintig regels, alles wat in je opkomt. Dit is de enige stap waarin je niet mag kiezen.
Stap twee: streep alles weg wat je niet zelf hebt gedaan. Wat je alleen hebt gelezen of van horen zeggen hebt, gaat eruit. Wat overblijft is waar je met gezag over kunt praten.
Stap drie: kies het stuk waar je de meeste vragen over krijgt. Niet het stuk dat jij het leukst vindt. Het stuk waar mensen jou over bellen. Dat is het punt waar jouw kennis en de vraag van iemand anders elkaar raken.
Smal is niet klein
De grootste angst bij afbakenen is dat je publiek te klein wordt. In de praktijk gebeurt het omgekeerde. Een cursus die "alles over ondernemen" belooft, spreekt niemand aan omdat niemand zich erin herkent. Een cursus over het eerste jaar als zelfstandige in de zorg spreekt een kleinere groep aan, maar die groep herkent zichzelf meteen.
Smal maakt bovendien alles wat erna komt makkelijker. Een smalle cursus is sneller te maken, makkelijker uit te leggen op je verkooppagina en simpeler te prijzen, omdat het resultaat helder is.
De valkuil van de compleetheid
Vakmensen hebben de neiging hun cursus vol te stoppen uit een soort plichtsbesef. Als iemand betaalt, moet hij waar voor zijn geld krijgen, dus doe je er nog een module bij.
Dat is een misverstand over waarde. Een cursist die vier lessen afmaakt en daarna iets kan, heeft meer gekregen dan een cursist die aan les twaalf van de vierentwintig blijft steken. Wat telt is niet hoeveel je geeft maar hoeveel er aankomt.
Er zit ook een praktisch argument aan: hoe langer je cursus, hoe langer het duurt voor hij af is. En hoe groter de kans dat hij nooit af komt. Zie waarom het al maanden blijft liggen.
De vloek van de kennis
Er is een probleem dat je niet zelf kunt zien: je bent vergeten wat moeilijk was. Dingen die jij vanzelfsprekend vindt, zijn dat voor een beginner niet. Je slaat stappen over zonder het te merken, omdat je die stappen al twintig jaar niet meer bewust zet.
De enige remedie is iemand anders. Laat je opzet lezen door iemand die het onderwerp niet kent en vraag waar hij afhaakt. Niet of het goed is, want dan zegt hij ja. Vraag waar hij het spoor bijster raakte.
Dat is ook precies waar de bètafase voor bestaat.
Wat je nu op papier zou moeten hebben
Als deze etappe klaar is, ligt er dit:
- Eén zin met het resultaat, zonder komma en zonder "en".
- Een lijst van wat er wel in zit. Daarnaast een aparte lijst van wat je bewust weglaat.
- Een idee van de duur: hoeveel uur kost het iemand om er doorheen te komen.
- Het niveau waarop je begint: wat mag je aannemen dat iemand al weet.
Dat laatste is de brug naar de volgende vraag, want het niveau bepaal je niet in het luchtledige. Dat hangt af van wie er tegenover je zit. Daarover gaat voor wie maak je het eigenlijk.
