Je hebt het idee niet gisteren gekregen. Bij de meeste mensen ligt het er al een jaar of langer: hier zou een cursus van moeten komen. Je hebt het aan een collega verteld, misschien aan een klant. Die zei dat je het echt moest doen. Daarna gebeurde er niets.
Dat is geen luiheid en het is meestal ook geen gebrek aan tijd. Wie tijd vrijmaakt voor een verbouwing, een marathon of een nieuwe boekhouder, kan ook tijd vrijmaken voor dit. Er zit iets anders onder.
Het werk dat wel om je aandacht vraagt
Klantwerk heeft een eigenschap die jouw eigen plannen missen: het schreeuwt. Er zit een deadline aan. Iemand wacht erop en als je het niet doet merkt iemand dat meteen. Je cursus merkt niets. Die kan een half jaar stil in een map liggen zonder dat er ook maar iets gebeurt.
Dat verschil is bijna niet met discipline te overbruggen. Zolang het eigen werk als enige geen einde heeft, verliest het van al het andere. De uitweg is dus niet meer wilskracht, maar een kunstmatig einde: een datum, een afspraak met iemand, een groep die je hebt beloofd dat ze in oktober kunnen meekijken.
De denkfout van de grote versie
De tweede reden dat het blijft liggen is dat het in je hoofd te groot is geworden. Je denkt niet aan één les, je denkt aan het geheel: acht modules, professionele video, een platform, een verkooppagina, een e-mailreeks, een community. Zo bekeken is het een project van maanden waar je onmogelijk vanavond aan kunt beginnen.
Ondertussen is de eerste echte stap heel klein: opschrijven wat iemand na afloop kan wat hij nu niet kan. Dat is een half uur werk. Daarna is de volgende stap ook weer klein. Wat je tegenhoudt is niet de eerste stap, het is het beeld van alle stappen tegelijk.
Je weet te veel om te kunnen kiezen
Er is nog een reden die vooral geldt voor mensen die goed zijn in hun vak. Je weet zoveel dat elke afbakening pijn doet. Elk onderwerp dat je kiest laat vier onderwerpen liggen waarvan je precies kunt uitleggen waarom die er ook bij horen. Dus kies je niet. Zonder keuze kun je niet beginnen.
Dat probleem lost zichzelf niet op door langer na te denken. Het lost op door de vraag om te draaien: niet wat wil ik allemaal vertellen, maar wat wil iemand morgen kunnen. Daar gaat je onderwerp kiezen als je te veel weet verder op in.
Wat er meestal echt onder zit
Als je doorvraagt bij mensen die het al lang uitstellen, komt er vaak een variant van dit: als ik het maak en niemand koopt het, dan weet ik het. Zolang het idee op de plank ligt, blijft het een goed idee. Zodra het bestaat, kan het tegenvallen.
Dat is een reëel gevoel en het verdwijnt niet door positief denken. Het verdwijnt door de inzet te verkleinen. Wie eerst een bètaronde doet met een kleine groep, riskeert geen mislukte lancering maar krijgt een lijst met verbeterpunten. Wie meteen groot uitpakt, heeft veel meer te verliezen. Zie ook de bètafase: eerst tien mensen.
Wat er deze keer anders moet
Vier dingen maken het verschil tussen een idee dat blijft liggen en een idee dat er komt.
- Een datum. Niet voor de hele cursus, voor het eerste zichtbare stuk. Bijvoorbeeld: op 1 november staat les één af en heeft één buitenstaander hem gezien.
- Een vast moment. Twee uur per week op een vaste dag, in je agenda, niet "als het rustig is". Rustig wordt het namelijk niet.
- Iemand die het weet. Een collega, een klant, een oud-cursist. Iemand aan wie je moet uitleggen waarom het er nog niet is.
- Een kleine eerste opbrengst. Iets wat je binnen twee weken af kunt hebben, zodat het idee ophoudt abstract te zijn.
De volgorde die werkt
Het helpt om te weten dat er een volgorde in zit. Eerst het besluit, dan je tegenwerpingen nalopen, dan afbakenen, dan pas maken, dan pas verkopen, dan pas lanceren. Wie in de verkeerde volgorde werkt, doet werk dubbel. Wie eerst opneemt en daarna pas nadenkt over de opbouw, neemt drie keer op.
Twijfel je waar je zelf staat, dan zetten twaalf vragen je op de juiste etappe. Het antwoord is bijna altijd eerder in de route dan je denkt: wie dagen kwijt is aan montagesoftware, heeft meestal zijn onderwerp nog niet scherp.
Nog één ding
Er is geen goed moment. Er komt geen rustige maand. Komt die er wel, dan gebruik je hem voor iets anders. De enige manier waarop het gaat gebeuren is dat het slecht uitkomt en je het toch doet, in kleine stukken, met een datum eronder.
Wat wel meespeelt: hoe langer je in het uurtje-factuurtje-ritme zit, hoe moeilijker het wordt om er tijd uit te halen. Dat is precies de klem die de uurtje-factuurtje-fuik beschrijft.
