Dit is het moment waarop de meeste mensen het liefst een camera pakken. Begrijpelijk, want opnemen voelt als vooruitgang. Het is ook de duurste fout in het hele traject, want een goed opgenomen les met een slechte plek in de opbouw moet alsnog opnieuw.
Eerst het lesplan. Dat is een uurtje of drie werk en het bespaart weken.
Wat een lesplan is
Een lesplan is een lijst van de losse lessen, op volgorde, met per les één regel: wat kan de cursist na deze les wat hij daarvoor niet kon. Meer niet. Geen script, geen slides, geen aantekeningen. Alleen de trap.
Het aardige aan die ene regel per les is dat je meteen ziet waar het misgaat. Lessen waar geen resultaat bij te schrijven valt, zijn geen les maar achtergrondinformatie. Die kunnen weg of ze worden een bijlage.
De volgorde bepalen
Er zijn twee manieren om de volgorde te kiezen en ze leveren verschillende cursussen op.
De logische volgorde is die van het vak: eerst de theorie, dan de toepassing. Dat is hoe opleidingen het doen en het is voor de maker het prettigst, want het volgt de structuur die in je hoofd zit.
De volgorde van het werk volgt wat de cursist achter elkaar moet doen. Eerst dit, dan dat, dan dit. Theorie komt pas als hij hem nodig heeft.
Voor online cursussen werkt de tweede vrijwel altijd beter. Mensen die zelfstandig leren haken af bij theorie zonder toepassing, want ze zien niet waarom het er staat. Wie meteen iets kan doen, blijft.
Zorg dat les één iets oplevert
De eerste les bepaalt of iemand doorgaat. Gebruik hem niet voor een welkomstwoord, een inhoudsopgave en een uitleg over de opzet. Zorg dat de cursist na les één iets heeft: een keuze gemaakt, een lijst op papier, een instelling gedaan.
Dat kleine resultaat doet meer voor het afmaakpercentage dan alle motivatiepraat bij elkaar. Dat resultaat in één zin opschrijven is lastiger dan het lijkt en leerdoelen die je kunt nakijken laat zien hoe je het formuleert.
De grootte van een les
Houd lessen kort. Een les die langer dan een kwartier duurt vraagt om onderbreking. Een onderbroken les wordt vaak niet hervat. Beter tien lessen van acht minuten dan vier van twintig.
Kort dwingt bovendien tot keuzes. Wie zijn les in acht minuten moet vertellen, laat de uitweidingen vanzelf vallen.
Per les werkt deze opbouw goed:
- Wat gaan we doen en waarom is dit nu aan de beurt (één zin).
- De uitleg zelf.
- Één voorbeeld uit je eigen praktijk.
- Wat de cursist nu zelf gaat doen.
Dat laatste punt is het belangrijkste. Zonder opdracht is een les een filmpje.
Opdrachten die mensen ook echt doen
Een opdracht wordt gedaan als hij klein, concreet en direct bruikbaar is. "Denk na over je positionering" wordt niet gedaan. "Schrijf in één zin op wat iemand na jouw cursus kan" wel.
Geef er waar mogelijk een sjabloon of een werkblad bij. Een leeg blad is een drempel, een half ingevuld blad niet.
Schrijf voor je opneemt
Ook als je uiteindelijk niet van een script wilt aflezen: schrijf de les eerst uit. Je merkt dan waar je zelf vastloopt, waar je stappen overslaat en waar het te lang wordt. Corrigeren in een tekst kost minuten. Corrigeren in een opname kost een middag.
Voor de opname zelf hoef je dat script niet woord voor woord aan te houden. Veel mensen werken met een uitgeschreven versie voor de structuur en een lijstje steekwoorden voor de camera. Zie opnemen zonder studio.
Test de opbouw voordat je bouwt
Er is een goedkope manier om te controleren of je lesplan klopt: leg het voor aan iemand uit je doelgroep en loop het door. Niet de inhoud, de volgorde. Vraag bij elke les: snap je waarom deze hier staat?
Op de plekken waar hij aarzelt, zit een gat. Meestal is dat een stap die jij vanzelfsprekend vindt en die je hebt overgeslagen.
Wat vaak misgaat
- Te veel lessen. Wie begint met dertig lessen komt niet klaar. Begin met acht tot twaalf.
- Geen resultaat per les. Als je niet kunt opschrijven wat iemand na een les kan, is het geen les.
- De basis als eerste module. Beter is de basis uitleggen op het moment dat hij nodig is.
- Alles in één keer af willen hebben. Maak les één helemaal af, inclusief opname, voordat je aan de rest begint. Dan weet je wat een les je kost.
Dat laatste is meteen de beste manier om je planning realistisch te maken. Zolang je niet één les van begin tot eind hebt gemaakt, is elke inschatting een gok.
Klaar met het plan? Dan is het tijd voor de camera. Of eigenlijk: voor de vraag of je die wel nodig hebt. Zie opnemen zonder studio.
